De prijs van schizofreen zijn en gedwongen opname weigeren: zes kogels

(geschreven door Karlijn Roex)

Zes politiekogels voor Cyprian. Waarom? Omdat hij een schizofreen was die zijn pillen niet meer had genomen en zich verbaal verzette tegen zijn gedwongen opname. Hij zou hebben geroepen tegen de agenten die zomaar aan zijn bed stonden dat hij ‘een mes had’. Maar er was geen mes. Of toch wel? Toch stonden er vier getrainde agenten om Cyprian heen, uitgerust in beschermende vesten. Dus waarom zes kogels? Waarom überhaupt al één kogel? Als hij daadwerkelijk een mes had gehad, hadden agenten hem makkelijk in bedwang kunnen houden. Cyprian was 23 jaar oud. Cyprian was een reislustige jongen die als kind aandoenlijk onzeker was – zo zien we in de Zembla documentaire.
De kogels zijn gevuurd door Angst. Angst voor de schizofrene karikatuur uit de Hollywoodfilms en de krantenartikelen. Angst is ook verantwoordelijk voor de dood van vele zwarte mannen die ook weer stierven door de politiekogel. De hoogste tol in Amerika betalen zwarte mensen die ook nog eens een beperking of psychische problemen hebben. Vaak zijn het ook individuen die arm zijn. ‘Het is een complexe kruisbestuiving tussen racisme, klassisme en ableisme of sanisme’, zo stelt journalist David Perry afgelopen juni in The Guardian. ‘Fear kills’ was niet voor niks één van de veelgehoorde protestleuzen bij anti-Trump protesten.
Op 7 september dit jaar, precies een jaar na de moord op Cyprian, wordt er in Amsterdam een herdenkingswake gehouden voor alle slachtoffers van politiegeweld. Een extra nadruk wordt gelegd op gepsychiatriseerde slachtoffers. Meer informatie en updates zijn te vinden op de website of Facebook van Spreekuur 89: http://www.spreekuur89.nl en https://www.facebook.com/Spreekuur-89-110786159650941/ .
In de Verenigde Staten is de kwestie inmiddels overgenomen door de BlackLivesMatter (BLM) beweging en bewegingen die zich richten op de kruisbestuiving van racisme, klassisme, sanisme en ableisme. Op 19 september nog vond er opnieuw een BLM protest plaats in New York, ditmaal gericht tegen het doden van gepsychiatriseerde personen door politie. In de Verenigde Staten richt het politiegeweld zich vooral tegen gepsychiatriseerden die zwart en arm zijn. Twee jaar geleden is een zwarte vrouw in Harlem door politie uit haar BMW gehaald omdat niet geloofd werd dat de auto van haar was. Toen ze daar begrijpelijk fel op reageerde, werd ze als ‘gevaarlijke psychiatrische patiënt’ meegenomen naar het bureau en een psychiatrische instelling. Daar heeft ze acht dagen in een hel geleefd, voordat ze weer op vrije voeten werd herenigd met haar eigen auto. Volgens een rapport van de Treatment Advocacy Center (2015) hebben gepsychiatriseerden maar liefst 16 keer zoveel kans op ‘fatale interacties met de politie’ dan andere groepen in de bevolking. Voor Nederland zijn er nog geen kansberekeningen gedaan. Daarentegen zijn we in Nederland vooral bezig met de vraag in hoeverre gepsychiatriseerden zelf een gevaar zijn, met name in het huidige debat rond ‘verwarde personen’.
Het is teleurstellend hoe er door de politie en media wordt omgegaan met de moord op Cyprian. Of teleurstellend, het is ontstellend. Uiteindelijk lijkt de conclusie te worden getrokken dat de schietende agent zelf ook ‘psychiatrisch patiënt’ is en dat dit verklaart waarom hij zo snel geschoten heeft. Het voorval wordt zo een klassiek ‘de ene gevaarlijke gek schiet de andere’. Niet alleen het slachtoffer is dus gepsychiatriseerd, maar ook de schietende agent. Het is niet de politie als instituut dat onderdeel is van een Angstig systeem dat steeds gevaarlijker wordt voor gevreesde minderheden. De politie heeft juist slechts in die mate gefaald dat ze een individueel lid van die gevreesde groep in hun midden hadden staan, met een dienstwapen.
De crux is dus dat de Angst die de moordenaar is geweest, nog sterker wordt gevoed door de inkleuring die het incident krijgt. Zie je wel, ‘psychiatrische patiënten’ zijn gevaarlijk en onvoorspelbaar. Het fatale geweld en de gevaarlijke, irrationele Angst worden weer veilig buiten het ‘normale’ geplaatst. We hoeven ons dus geen zorgen te maken, de autoriteiten zijn te vertrouwen en helaas zit er soms een ‘rotte appel’ tussen.
Helaas zit het gevaarlijke kwaad juist wél binnen de lijnen, binnen de gehoorzaamheidscultuur. Vele psychologische studies tonen aan dat vooroordelen zich op onbewust niveau hebben ingenesteld in ons denken, ook bij mensen die zeggen onbevooroordeeld te zijn. Het zijn die banale vooroordelen en angsten die de kogel kunnen doen vuren. Zoals de filosofe Hannah Arendt zei: het kwaad zit soms ook juist in het normale en normconforme. Zolang we geen vraagtekens zetten bij de onderliggende angstcultuur en steeds incidenten ‘individualiseren’ en daarmee depoliticeren, spreken we de echte moordenaar steeds vrij.
Daarom gaan we 7 september politiegeweld herdenken en ons niet neerleggen bij de verklaringen van noodweer of individuele foute agenten. Zolang de structurele bronnen van de Angst niet aangepakt worden, zullen er politiedoden onder de zondebokken van de samenleving blijven vallen.

Karlijn Roex

Schreef o.a. ook dit artikel over het onderwerp https://joop.vara.nl/opinies/voorkom-doden-laat-verwarde-mensen-niet-over-aan-de-politie

Zie hier de documentaire over het voorval https://joop.vara.nl/videos/terugkijken-schokkende-zembla-uitzending-zes-kogels-voor-cyprian

Brief Verplichte GGZ aan Eerste Kamer

Brief over de Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg aan de Eerste Kamerleden…

Geacht Kamerlid,

Op dinsdag 7 maart aanstaande behandelt u de Wet Verplichte GGZ. Die wet moet het mogelijk maken om mensen in een psychische crisis sneller gedwongen te behandelen. Het wetsvoorstel stelt beperkende voorwaarden aan dwangbehandeling, expliciteert dat de ingreep proportioneel moet zijn, en rekening moet houden met de belangen van de patiënt. Ofschoon wij deze voorbehouden vanzelfsprekend toejuichen, zijn wij nochtans van mening dat de wet een onacceptabele aantasting is van de rechtspositie van mensen die psychisch in de knel zitten.

Wij, bezorgde burgers van wie meerderen in het verleden als ‘verward persoon’ zijn aangemerkt, koesteren deze vier bezwaren tegen de Wet Verplichte GGZ:

  1. De wet vormt een ernstige inbreuk op fundamentele burgerrechten die geen enkele Nederlander, verward of niet, mogen worden ontnomen;
  2. De wet is in strijd met de recentelijk door Nederland geratificeerde VN-Conventie inzake de Rechten van Personen met een Handicap (CRPD);
  3. Tenuitvoerlegging van de wet zal overwegend negatieve gevolgen hebben voor de geestelijke gezondheid van betroffen patiënten;
  4. De wet is te gevoelig voor misbruik.
Burgerrechten

Elke burger die niet onder verdenking van een strafbaar feit staat, is gevrijwaard van arrestatie en hechtenis, en mag autoriteiten de toegang tot de eigen woning weigeren. De Wet Verplichte GGZ ontzegt mensen in een geestelijke crisis deze zekerheden, omdat het overheids-vertegenwoordigers toestaat om de woning tegen de wens van de burger te betreden en te doorzoeken, en de burger in kwestie vast te zetten zonder verdenking van een strafbaar feit.

Daarbij verbaast ons in het bijzonder dat ‘verplichte zorg’ volgens onderhavige wet ook het doorzoeken van de woning naar gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen behelst (artikel 3:2 lid f). De wet plaatst onbegrepen of, zo u wilt, verward gedrag daarmee nodeloos in een strafrechtelijke context. Eenzelfde a priori wantrouwen van mensen in psychische nood bemerken wij in relevante beleidsrapporten, waarin choquerende misdrijven als die van Bart van U. gegeneraliseerd lijken te worden naar de gehele populatie GGZ-cliënten in Nederland. In dat licht vinden wij tevens de grote rol voor het Openbaar Ministerie in het wetsvoorstel verontrustend.

Inperking van volledig burgerschap is niet te rechtvaardigen. Literatuuronderzoek wijst uit dat de aanname dat psychiatrische patiënten gevaarlijk zijn allerminst gestaafd wordt door de praktijk.[1,2] Ander onderzoek laat zelfs zien dat psychiatrische patiënten een groter risico hebben dan andere mensen om slachtoffer te zijn van geweld, in plaats van dader.[3]

Psychiaters in binnen- en buitenland benadrukken daarenboven dat vaststelling van een veiligheidsrisico in een individueel geval een uiterst netelige kwestie is.[4-7] Dat een groep burgers nochtans wijd en zijd geassocieerd wordt met potentiële geweldpleging, zegt vanzelfsprekend niets over feitelijke gedragsrisico’s bij individuen die dezelfde burgerrechten genieten als gelijk welke andere Nederlander dan ook. Uitbreiding van het wettelijk instrumentarium voor gedwongen opname op grond van een moeilijk objectiveerbaar gevaarscriterium zet de deur wijd open voor arbitraire detentie, en dat is in strijd met EVRM artikel 5 en 7.

Verder faciliteert het wetsvoorstel dwangmedicatie, en maakt daarmee inbreuk op het recht op de lichamelijke integriteit zoals vastgelegd in EVRM artikel 3 en 5, en in Grondwetsartikel 11. Waarborgen hiertegen in de nieuwe wet zijn op zijn best vaag. Bovendien biedt de huidige wetgeving en de staande medische praktijk in Nederland voldoende mogelijkheden tot non-consensuele zorgverlening.

De nieuwe wet rechtvaardigt dwang in gevallen van wilsonbekwaamheid. De relevantie van de wil van de patiënt wordt ontkend, en hem of haar wordt diens persoonlijke autonomie ontnomen. Daarmee maakt de wet inbreuk op het individuele zelfbeschikkingsrecht. Daarbij vinden wij het ronduit gevaarlijk dat burgerrechten ondergeschikt worden gemaakt aan ‘een redelijk oordeel’ van de betrokken overheids-vertegenwoordigers, zoals de wet het formuleert. Een kernwaarde van onze vrije samenleving is dat mensen hun leven naar eigen wensen – hoe bizar misschien ook in de ogen van anderen – mogen inrichten, zolang het wetboek van strafrecht wordt gerespecteerd. Excentriciteit mag nooit en te nimmer worden gereduceerd tot ‘verward gedrag’ – en als de persoon in kwestie zorgaanbod dienaangaande afslaat, is dat zijn of haar goed recht.

Resumerend: wij zijn van mening dat de Wet Verplichte GGZ discriminatie van mensen in een psychische crisis institutionaliseert, en derhalve in strijd is met het verbod op discriminatie zoals dat is neergelegd in EVRM artikel 14.

VN-Conventie voor de Rechten van Personen met een Handicap

In 2016 heeft de Nederlandse overheid haar handtekening gezet onder de VN-Conventie voor de Rechten van Personen met een Handicap, waar psychiatrische patiënten onder vallen. De Conventie betitelt dwangbehandeling als mensonwaardig en pleit voor algehele afschaffing.[8] Gedwongen opname en behandeling zijn in strijd met het gelijkheidsbeginsel (artikel 5) en het recht op persoonlijke vrijheid (artikel 14) van de Conventie.

Negatieve gevolgen voor gezondheid en veiligheid

Meer dwang zou mensen die psychisch in de knel zitten moeten helpen om noodzakelijk geachte zorg te ontvangen. Nochtans wijst een groeiende hoeveelheid wetenschappelijke literatuur op de contraproductiviteit van dwangbehandeling.[9-11] Ervaringen met dwangzorg kunnen tot in lengte van jaren nog doorwerken als een vernederende of stigmatiserende ervaring. Het verlies van controle over het eigen leven wordt door velen als zeer traumatisch ervaren, en werkt aantoonbaar zowel suïcidaliteit als agressie jegens autoriteiten in de hand. In het laatste geval zijn we derhalve geen getuige van mogelijke gewelddadigheid, maar van een afweerreactie op dwang en op de autoritaire opstelling van overheids-vertegenwoordigers. Onderhavig wetsvoorstel kan daarmee een vicieuze cirkel van zichzelf vervullende voorspellingen in gang zetten, waarbij gemankeerde pogingen tot het waarborgen van sociale veiligheid leiden tot een aantasting/vermindering van de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. De Wet Verplichte GGZ doet de onjuiste aanname dat dwangmedicatie thuis minder ingrijpend kan zijn – terwijl intrusie in de ruimtelijke persoonlijke levenssfeer de ervaring van een veilig thuis ernstig kan compromitteren.

Misbruik gevoeligheid

De beoogde vergroting van zeggenschap van familieleden in de behandeling van hun verwanten in psychische crisis schept het onacceptabele risico van misbruik van de wet om persoonlijke verstandhoudingen te manipuleren. Bijvoorbeeld, ouders in disfunctionele gezinnen krijgen hiermee te veel middelen om hun kinderen te intimideren of te straffen. Het wetsvoorstel wil daarnaast eenieder de mogelijkheid geven om een verzoek tot dwangzorg in te dienen. Het vereist weinig voorstellingsvermogen om in te zien dat de wet dan misbruikt kan worden om mensen te onderdrukken vanwege hun onconventionele gedrag of identiteit.

Ook kunnen hulpverleners in de verleiding worden gebracht, dan wel zich in de positie gemanoeuvreerd voelen, om ‘mee te gaan’ in belangen, die op dat moment niet direct die van de ‘cliënt’ zelf zijn. Dat lijkt ons een behoorlijk risico..

Resumerend – de Wet Verplichte GGZ is discriminerend, tast de beginselen van volwaardig burgerschap aan, zal eerder schadelijk uitpakken voor personen in psychische nood, en biedt te makkelijk gelegenheid tot oneigenlijk gebruik. Wij, de opstellers en ondertekenaars van deze brief, zouden u, de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, dan ook willen verzoeken om dit wetsvoorstel aanstaande dinsdag af te keuren.

Met vriendelijke groeten,

Mad Pride Nederland
Ondersteund door: Stichting Perceval
stichtingperceval.nl

Mede-ondertekenaars:

  • Doortje Kal (project Kwartiermaken en emeritus bijzonder lector Hogeschool Utrecht)
  • Stephan van der Sluis (Coördinator Wegloophuis Utrecht)
  • Jolijn Santegoeds (Stichting Mindrights en Actiegroep Tekeer tegen de isoleer en ENUSP)
  • Olga Kalina (Chair ENUSP – European Network of (Ex)Users and Survivors of Psychiatry)
  • Drs. MSc. Jan Verhaegh (LOC -Zeggenschap in de zorg en ex-Chair ENUSP)
  • Christina Taft (Everyday Psych Victims Project)
  • Drs. Wilma Boevink (Trimbos instituut, Universiteit Maastricht)
  • Edo Paardekooper Overman (LPGGz/MIND)
Bronnen

[1] Royal College of Psychiatrists (2008), Rethinking risk to others in mental health services. College Report CR150. London: Royal College of Psychiatrists.
[2] Monahan, J., Steadman, H. J., Silver, E., et al (2001) Rethinking Risk Assessment: The MacArthur Study of Mental Disorder and Violence. Oxford University Press.
[3] Teplin et al. (2006). Crime Victimization in Adults With Severe Mental Illness. Arch Gen Psychiatry, 62(8).
[4] Steadman, H. J. (1980). The Right Not to be A False Positive: Problems in the Application of the Dangerousness Standard. Psychiatric Quarterly, 2, 84-99.
[5] Madsen T, Agerbo E, Mortensen PB, Nordentoft M (2012) Predictors of psychiatric inpatient suicide: a national prospective register-based study. J Clin Psychiatry 73:144–151.
[6] Steeg S, Kapur N, Webb R, Applegate E, Stewart SL, Hawton K, Bergen H, Waters K, Cooper J (2012) The development of a population-level clinical screening tool for self-harm repetition and suicide: the ReACT self-harm rule. Psychol Med 42:2383–2394.
[7] Ryan C, Nielssen O, Paton M, Large M (2010) Clinical decisions in psychiatry should not be based on risk assessment. Australas Psychiatry 18:398–403.
[8] “Dignity must prevail” – An appeal to do away with non-consensual psychiatric treatment, OHCHR.
[9] Susan Stefan (2016). Rational Suicide, Irrational Laws: Examining Current Approaches to Suicide in Policy and Lawby, New York, Oxford University Press.
[10] Large, M. M. & Ryan, C. (2014). Disturbing Findings about the Risk of Suicide and Psychiatric Hospitals. Soc Psychiatr Epidemiol, 49, 1353-1355.
[11] C. Hjorthøj, Risk of suicide according to level of psychiatric treatment—a nationwide nested case control study. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol (2014) 49: 1357-65.

Brief Verplichte GGZ aan Tweede Kamer

Een brief aangaande de nieuwe wet Verplichte GGZ aan de Tweede Kamerleden…

Geachte Kamerleden,

U stemt 14 februari over de Wet Verplichte GGZ. Het wetsvoorstel moet het mogelijk maken om mensen die psychisch in de knel zitten sneller gedwongen te behandelen, maar wel liefst in de thuisomgeving en alleen als vrijwillige zorg niet mogelijk is. Wij begrijpen dat de dwang ingreep proportioneel moet zijn, alleen mogelijk is onder beperkte voorwaarden, en rekening houdt met de belangen van de patiënt. Dit klinkt redelijk, maar neemt niet weg dat het huidige voorstel de rechtspositie van mensen die psychisch in de knel zitten bedreigt.

Wij zijn bezorgde burgers die wel of niet onder de noemer ‘personen met verward gedrag’ zijn gevallen, en willen u op het volgende wijzen. Deze wet:

  • doet een ernstige inbreuk op basale burgerrechten, welke ook gelden tijdens een psychische crisis, en discrimineert daarmee mensen die psychisch in de knel zitten;
  • is in strijd met de recent door Nederland geratificeerde VN-Conventie (CRPD) over de Rechten van Personen met een Handicap;
  • straft indirect armoede en jeugdtrauma;
  • heeft meer negatieve dan positieve gevolgen voor de psychische gezondheid;
  • is te gevoelig voor misbruik door familie en derden.

In plaats van ‘personen met verward gedrag’, prefereren wij de aanduiding ‘mensen die psychisch in de knel zitten’, omdat deze meer begrip en respect toont voor deze mensen en hun situatie.

Discriminatie

Een willekeurige burger hoeft niet te bewijzen dat die niet gevaarlijk is. Mits deze burger geen strafbaar feit heeft begaan, hoeft die zich geen zorgen te maken over dat de staat hen oppakt en vasthoudt. Die mag elke staatsautoriteit weigeren om hun eigen huis binnen te treden. Dit recht op vrijheid, veiligheid en eerbiediging van privéleven is vastgelegd in EVRM artikel 5 en 8. Mensen die psychisch in de knel zitten, hebben deze zekerheid niet. Autoriteiten kunnen hun huis binnentreden, doorzoeken (zie Artikel 3:2 lid f) en hen vasthouden zonder strafrechtelijke verdenking. Deze inperking van mensenrechten is alleen verantwoord als psychiatrische patiënten ook daadwerkelijk een groter gevaar vormen dan andere mensen voor de publieke veiligheid. Hiervoor bestaat echter geen bewijs.[1]

De gezondheid van deze mensen die psychisch in de knel zitten wordt ondergeschikt gesteld aan de publieke veiligheid. Zoals blijkt uit de grotere rol die toegewezen wordt aan de Officier van Justitie en de afwezigheid van vergelijkbare wetgeving voor somatische zorg. Het herhaaldelijk noemen van ‘Bart van U.’ en ‘Tristan’ in enkele voor deze wet relevante beleidsrapporten illustreert sterk het onderbuikgevoel en onbegrip van waaruit deze ingrepen plaatsvinden.

Onder ‘verplichte zorg’ valt verbazingwekkend genoeg ook het doorzoeken van de woning naar gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen (Artikel 3:2 lid f). Deze wet maakt het dus mogelijk om op basis van onbegrepen (verward) gedrag en zonder huiszoekingsbevel over te gaan tot strafrechtelijk onderzoek. Wat rechtvaardigt deze uitzondering die het preventief opsporen van ‘rotte appels’ mogelijk maakt bij mensen die psychisch in de knel zitten? Dit terwijl andere mensen met rust gelaten worden totdat het misdrijf al gepleegd is. Wij vinden dat EVRM artikel 14, het verbod van discriminatie, ook geldt voor psychische gezondheid. Daarom pleiten we ervoor dat mensen die psychisch in de knel zitten net zo behandeld worden als andere burgers.

In strijd met VN Conventie voor de Rechten van Personen met een Handicap

In 2016 heeft de Nederlandse overheid de VN Conventie voor de Rechten van Personen met een Handicap, waaronder psychiatrisch patiënten, geratificeerd. Zij zien gedwongen behandeling als mensonwaardig en pleiten voor algehele afschaffing.[2] Gedwongen opname en behandeling is in strijd met het gelijkheidsbeginsel (Artikel 5) en het recht op persoonlijke vrijheid (Artikel 14) van deze Conventie.

Straft indirect armoede en jeugdtrauma

Sociale factoren en trauma hebben een grote invloed op de psychische gezondheid. Zo stijgen de zelfmoordcijfers na harde bezuinigingen, privatisering en na een economische crisis.[3,4] Aanhoudende baanonzekerheid en werkloosheid maken depressief.[5] Basisvoorzieningen zoals huurwoningen worden steeds duurder in verhouding tot lage inkomens. Bovendien is intolerantie jegens mensen die ‘anders’ zijn nog steeds hoog, met negatieve consequenties op de psychische gezondheid.[6] Onderzoekers stellen daarom ook dat beleid op het gebied van sociale zekerheid, werkgelegenheid en huisvesting ook ‘GGZ beleid’ is.[7] Alleen al door in betere voorzieningen te investeren, zullen minder mensen psychisch in de knel raken. Door hun psychische protest tegen de bezuinigingen met dwang en medicatie te beantwoorden, geeft de Wet verplichte GGZ een autoritair en anti-democratisch signaal af. Armoede en jeugdtrauma worden indirect bestraft.

Inbreuk op basale burgerrechten

Het recht op vrijwaring van arbitraire detentie
Psychiaters geven aan dat het vaststellen van gevaar altijd een onzekere voorspelling inhoudt en dat exacte vaststelling onmogelijk is. De psychiatrische vaststelling van gevaar hangt af van de willekeurige theoretische voorkeur en onbewuste vooroordelen van de psychiater en op statistische correlaties in de bevolking.[1] Dat laatste houdt in dat personen die kenmerken dragen die binnen de bevolking geassocieerd worden met geweld (of suïcide), sneller als gevaarlijk worden beoordeeld. Het bestaan van een correlatie in de bevolking betekent nog niet dat het kenmerk zorgt voor geweld bij een concreet individu. Met het wetsvoorstel kunnen mensen sneller gedwongen worden opgenomen op basis van een moeilijk objectiveerbaar gevaarscriterium. Er is derhalve een groot risico op arbitraire en ook discriminerende detentie, in strijd met EVRM Artikel 5 en 7.

Het recht op lichamelijke integriteit
Het wetsvoorstel maakt gedwongen medicatie mogelijk, waarmee het inbreuk maakt op de lichamelijke integriteit en is aldus in strijd met EVRM Artikel 3 en 5 en Artikel 11 in de Grondwet. Personen moeten zelf kunnen bepalen wat er met hun lichaam gebeurt, tenzij consent onmogelijk is, zoals in een noodsituatie. Hoewel het wetsvoorstel probeert rekening te houden met deze voorwaarden, zijn wij bezorgd dat daar in de praktijk weinig van komt. De waarborgen die het wetsvoorstel hiervoor biedt zijn vaag. Bovendien biedt de gewone medische zorgpraktijk ook al mogelijkheden voor niet-consent gebaseerde zorg in levensbedreigend situaties; zoals een patiënt die buiten bewustzijn is en daarom beademing krijgt. In de psychiatrie bestaat het risico, ook onder dit wetsvoorstel, dat door personeelstekort te weinig serieuze alternatieven voor dwang voorhanden zijn (zoals in een rustige ruimte even praten). Door onbegrip, angst, vooroordeel en werkdruk, wordt al snel aangenomen dat een psychiatrisch patiënt niet in staat is om zelf te oordelen over een situatie (vergelijkbaar met de buiten bewustzijn verkerende somatische patiënt). Het wetsvoorstel verandert niets aan deze averse sociale condities.

Het recht op zelfbeschikking
De Wet verplichte GGZ rechtvaardigt dwang wanneer patiënten niet bekwaam zijn tot een redelijk oordeel. De relevantie van de wil van de patiënt wordt ontkend en diens autonomie volledige ontnomen. Zodoende maakt het inbreuk op het recht op persoonlijke integriteit.

Het is bovendien gevaarlijk om burgerrechten af te laten hangen van een door autoriteiten gedefinieerde definitie van ‘een redelijk oordeel’. Die fout is ook tijdens het imperialisme gemaakt. Deze definitie van ‘redelijkheid’ zal altijd de dominante normen weerspiegelen en het is de vraag of zulke ongeschreven normen zo’n sterke invloed mogen uitoefenen op de vrijheid van personen. Een kernwaarde van onze vrije samenleving is juist dat mensen zelf mogen bepalen hoe zij willen leven, hoe bizar die wensen ook zijn, zolang het geen strafbare handelingen betreft. Het hebben van een ‘abnormale identiteit’ of rare voorkeuren of levensstijl moet niet gereduceerd worden tot ‘verward gedrag’: als de persoon zelf niet lijdt en derhalve geen zorg wil, is dat hun goed recht. Dit hebben we bij transgenders al begrepen. Het is een kleine stap om dit begrip te verbreden naar alle mensen die als afwijkend worden gezien.

Negatieve gevolgen voor psychische gezondheid en veiligheid

Meer dwang in de zorg zou mensen die psychisch in de knel zitten moeten helpen om de zo noodzakelijk geachte zorg te ontvangen. Toch wijst groeiend bewijs op de contraproductieve effecten van gedwongen opname en gedwongen zorg. Grootschalig onderzoek wijst erop dat (de dreiging van) dwangopname juist suïcidaliteit in de hand kan werken, zelfs daar waar mensen initieel niet suïcidaal waren.[8] Het is erg ingrijpend om te ervaren dat je wil er niet toe doet in de onderhandeling over jouw lot. Dit verlies van identiteit en controle wordt soms ervaren als erger dan sterven, waardoor (de dreiging van) dwangopname dus zorgt voor suïcidale gedachten.

Ook betwisten wij de aanname dat dwangmedicatie thuis minder ingrijpend zou zijn. Thuis zou een veilige plek moeten zijn (en is soms de enige), maar wordt door dwangmedicatie geassocieerd met intrusie.

Naast suïcidaliteit kan ook agressiviteit uitgelokt worden door (angst voor) vrijheidsbeneming, paternalistisch toespreken en dwang, ook onder mensen die normaal niet gewelddadig zijn. Niet iemands gevaarlijkheid wordt dan gemeten, maar hun reactie op dwang en autoriteit. Dit gedrag zou dus niet meegenomen mogen worden in besluiten over verdere dwang.

Gevoelig voor misbruik door familie en derden

De grotere rol die de familie krijgt (zonder noodzakelijke toestemming van de patiënt) kan de positie van kinderen uit disfunctionele gezinnen schaden. Ouders krijgen zo extra middelen om hun kind bang te maken of te straffen. Bijvoorbeeld voor het willen uiten van hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Volgens het Wetsvoorstel kan iedereen een verzoek voor dwangzorg indienen over een persoon (Artikel 5:2 lid 1). Hierdoor kan de wet misbruikt worden tegen mensen die gepest worden vanwege hun ‘anders’ zijn.

Mensen die psychisch in de knel zitten, kunnen gaan anticiperen op dwangopname en gedwongen huisbezoeken, wat een constante stressor introduceert in hun toch al zware leven. Het beheersbaar houden van deze stress wordt door anderen al snel opgevat als ‘verward gedrag’, waarmee dit een zelfvervullende voorspelling wordt. Ervaring met dwang kan ook erna nog lang doorwerken als een traumatische en stigmatiserende ervaring.

Enige verzachtende hervormingen op verplichte psychiatrische zorg zullen hoogstens cosmetische veranderingen zijn op een systeem dat geheel moet veranderen. Graag zien we een ander wetsvoorstel verschijnen dat verplichte ggz opheft en de toegankelijkheid van reguliere ggz verruimt. Alleen zo zijn de rechten van psychiatrische patiënten daadwerkelijk gewaarborgd en worden disproportionele ingrepen op individuele levens voorkómen. Wij geloven dat er in alle gevallen een vrijwillig alternatief is en vinden dat mensen het recht hebben om ‘anders’ te zijn.

Wij hopen dat u deze overwegingen in acht neemt bij het stemmen vandaag.

Met vriendelijke groeten,

Mad Pride Nederland

Ondersteund door Stichting Perceval, Doortje Kal (project Kwartiermaken en emeritus bijzonder lector Hogeschool Utrecht) en Christina Taft (Everyday Psych Victims Project)
www.madpride.nl
http://www.stichtingperceval.nl
www.kwartiermaken.nl

Bronnen

[1] Royal College of Psychiatrists (2008). Rethinking risk to others in mental health services. College Report CR150. London: Royal College of Psychiatrists.
[2] “Dignity must prevail” – An appeal to do away with non-consensual psychiatric treatment, OHCHR.
[3] Kentikelenis, A., Karanikolos, M., Reeves, A., McKee, M. & Stuckler, D. (2014). Greece’s Health Crisis: From Austerity to Denialism. Lancet, 383, 748-753.
[4] Vrije Universiteit afdeling Klinische Psychologie, Advies inzake streefcijfer suïcide.
[5] Burchell, B. (2011). A Temporal Comparison of the Effects of Unemployment and Job Insecurity on Wellbeing, Sociological Research Online, 9: 1-20.
[6] Hatzenbuehler, M.L, Phelan, J. C. & Link, B. G. (2013). Stigma as a Fundamental Cause of Population Health Inequalities. Am J Public Health, 103(5), 813-821.
[7] Professor David Stuckler, How Austerity Kills, The New York Times.
[8] Susan Stefan (2016). Rational Suicide, Irrational Laws: Examining Current Approaches to Suicide in Policy and Lawby, New York, Oxford University Press.

Kamer tegen repressief voorstel gedwongen GGZ, maar de strijd gaat door

(geschreven door Karlijn Roex)

Een paar dagen nadat Trump zijn gedroomde muur van douane-beambten om de VS had voltooid, bouwen we in Nederland onze eigen muren. We zijn zo diep gezonken dat er zonder lach of traan een wetsvoorstel werd besproken die het mogelijk maakt om mensen buitenstrafrechtelijk tot drie dagen te detineren voor ‘observatie’. Jawel, u heeft het goed gelezen. Maar ik moet er uiteraard aan toevoegen dat deze detentie alleen voor ‘verwarde personen’ is bedoeld en eigenlijk ‘verplichte GGZ’ wordt genoemd. Dit omstreden onderdeel van de nieuwe Wet Verplichte GGZ is 2 februari door de Kamer afgewezen. Dat is natuurlijk goed nieuws voor de ‘patiëntengemeenschap en voor diegenen die zich niet als ‘patiënt’ zien ondanks een dergelijke toeschrijving. Maar er moet niet te vroeg gejuicht worden: op 14 februari zal er in de Tweede Kamer gestemd worden over andere oppressieve onderdelen van de wet, en de steun ervoor is vrij hoog.

In strijd met de rechtsstaat

Ook GZZ organisaties en veel psychiaters waren kritisch. Volgens hen houdt het voorstel een overtreding met de rechtsstaat in, omdat het vooral een inbreuk betekent op ‘de individuele vrijheid en autonomie’ van mensen. De organisaties vrezen dat met zo’n bepaling psychiatrische inrichtingen tot strafinstituten worden die ingezet worden als het strafrecht niet toereikend is. Bas van Wel, psychiater en NVvP-lid, vreesde ook dat ‘raar, vreemd of excentriek gedrag’ hiermee bestraft zouden worden (zie NRC, 2017 hyperlink https://www.nrc.nl/nieuws/2017/01/31/snellere-opname-verwarde-mensen-is-inbreuk-vrijheid-6493870-a1543902).

Ook wijzen de organisaties erop dat de wet toewerkt naar het detineren van mensen op basis van een ‘niet objectiveerbaar criterium’. Zo ontstaat willekeurige detentie. De GZZ organisaties stellen zo’n situatie in contrast met de huidige, waarin verplichte opname ‘alleen mogelijk is bij mensen waarvan daadwerkelijk is vastgesteld dat zij een gevaar vormen’ (hyperlink https://www.nrc.nl/nieuws/2017/01/31/snellere-opname-verwarde-mensen-is-inbreuk-vrijheid-6493870-a1543902).

De huidige situatie is ook al niet mals

Dat beeld van de huidige situatie is misleidend. Er is ook nu al sprake van een grote kans op willekeurige detentie, en daarbuiten ook nog eens een grotere kans om gedetineerd te worden als je toevallig arm of immigrant bent (zie mijn eerdere artikel hyperlink http://www.tijdschriftdeviant.nl/242-enge-mens-leeft-met-betwistbare-vrijheid hierover). Ook het huidige gevaarscriterium is maar in beperkte mate objectiveerbaar. Strikt gezien wordt er immers gekeken naar kansen: de kans dat iemand schade aanricht aan zichzelf of anderen op korte termijn. We willen dus in feite de toekomst vaststellen en dit kan niet. We kunnen natuurlijk wel gebruik maken van sterke observeerbare indicatoren uit het heden of verleden, maar dit gaat wel onvermijdelijk gepaard met een zekere mate van onzekerheid in de voorspelling. Zelfs in de gevallen waarin iemand recent nog agressief gedrag heeft vertoond, geldt dat er geen volledige garantie is dat toekomstig geweld zich zal manifesteren. Om de zaken nog complexer te maken: de meethandeling zelf kan ook weer haar eigen effecten hebben op menselijk gedrag. Agressief gedrag kan bijvoorbeeld ook een direct gevolg zijn van de gevaarstaxatie en de vrijheidsbenemende context waarbinnen deze plaatsvindt.

Risicomaatschappij

De gevaarstaxatie is daarnaast afhankelijk van de sociale context. In een Brits rapport geven psychiaters aan in toenemende mate belemmerd te worden in het vellen van een objectief (gevaars)oordeel. Wanneer een (ex-) patient een vreselijke moord pleegt, wijst de beschuldigende vinger bijna altijd naar de psychiater of de kliniek. Zo’n klimaat zorgt voor een prikkel onder psychiaters om sneller gevaarsoodelen uit te vaardigen. Zo stelt een Brits psychiater in een rapport (Royal College of Psychiatrists, 2008, p. 37): “Wij lokken met onze vragen ook juist het gevaarlijke gedrag uit”. Een ander stelt “Er staat een te grote nadruk op risicomanagement en persoonlijke reputatie ten koste van de patient” (p. 31).

Uiteraard maakt agressief (of suïcidaal) gedrag vlak voor de gevaarstaxatie de kans wel groter dat iemand gevaarlijk is voor de nabije toekomst. Maar een niet onbelangrijk deel van de onvrijwillig opgenomen patiënten heeft vooraf geen duidelijk agressief of suïcidaal gedrag vertoond. Statistische discriminatie, oordelen op basis van kenmerken die in de algemene populatie samenhangen met geweld, speelt een grote rol in het gevaarsoordeel. Dat is geen geheim: de psychiatrie zelf is daar vrij expliciet over (zie Royal College of Psychiatrists, 2008). Het horen bij een ‘ongunstige’ subpopulatie, hetgeen vaak groepen betreft die al onderdrukt worden in de maatschappij, verhoogt dus je detentiekans. In het strafrecht zouden we daarentegen nooit een werkloze veroordelen omdat er meer werklozen in de criminaliteitscijfers voorkomen. Naast statistische discriminatie, laat de testprocedure ook veel ruimte over voor de theoretische voorkeur van de psychiater, de rol van onbewuste vooroordelen, en de specifieke test die gebruikt wordt door verschillende instellingen (Royal College of Psychiatrists, 2008). Dus ook momenteel is ook al veel voedingsbodem voor willekeurige detentie.

Veiligheidscrisis

En nu doet de risicomaatschappij opnieuw een beroep op de GGZ. Ondanks de mogelijkheden die de huidige wet op gedwongen opname biedt om ‘gevaarlijke’ personen op te nemen, moeten we nog een stap verder. Er wordt verwezen naar gevallen als ‘Bart van U.’ en vervolgens volgt de diagnose dat de huidige wetten ons te weinig beschermen tegen zulke incidenten. Er wordt een veiligheidscrisis uitgesproken: we zijn in direct gevaar zolang deze gaten niet gedicht worden.

Dit beeld van een veiligheidscrisis is misleidend. Er is altijd een kans op nare incidenten zolang we niet in een totalitaire politiestaat wonen. Ook onder de nieuwe wet Verplichte GZZ, zelfs als het drie-dagen voorstel erdoorheen was gekomen, kunnen er fouten gemaakt worden zoals met ‘Bart Van U.’ en bepaalde mensen gemist worden. Zoals een psychiater stelt in het eerdergenoemde Britse rapport (p. 22): ‘Het publiek moet leren dat gevaars-beoordeling geen exacte wetenschap is waarmee we foutloos gevaar kunnen voorspellen’. Er worden dus onvermijdelijk ook onterecht gevaarlijke individuen ‘gemist’. Bovendien blijft er ook een risico uitgaan van ‘niet-psychiatrisch’ patienten. Ook daartussen bevinden zich moordenaars.

Mijn eigen voorspelling is dus dat de nieuwe Wet verplichte GGZ alleen op de korte termijn tot meer veiligheidsgevoel leidt. Zodra er weer een incident plaatsvindt, komen we weer een stap verder in dezelfde vicieuze cirkel van meer oppressie: de wettelijke mogelijkheden tot dwang moeten nog uitgebreider worden, of psychiaters moeten mensen eerder als gevaarlijk bestempelen.

Het gevaar een naam geven

De verleiding om een duidelijke, beheersbare naam aan het gevaar te geven is groot in onze risicomaatschappij. Psychiatrie (en criminologie) voorziet in deze vraag. Zij biedt categorisaties, indelingen en statistieken waarmee we denken we het gevaar te leren kennen, voorspellen en beheersen. Waar zijn risicomaatschappijen immers het bangst voor? Gevaren waar niet op geanticipeerd kan worden; gevaren die men nog niet zo goed kent, zo stelt de socioloog Bauman in Liquid Fear. De resterende angst vermindert wellicht, maar raakt wel sterker geconcentreerd op de ‘scapegoated’ minderheden: op ‘psychiatrisch patienten’, moslims, vluchtelingen. We gaan in feite veel meer gevaar zien vanuit deze groepen dan werkelijk het geval is, en na elk incident moet er weer een nieuwe muur bij tussen hen en ons.

Schokkende moorden die gepleegd worden onder ‘niet-verwarde personen’ worden uiteindelijk toch vaak ‘gepsychiatriseerd’: de dader had achteraf gezien toch een ‘stoornis’. Wanneer de dader een moslim is, wordt de moord ‘ge-ethniceerd’. Soms worden de twee ‘enge’ karikaturen zelfs gecombineerd: de vluchteling die tevens verward is:

RTV Utrecht:

“De problematiek wordt alsmaar groter. Van daklozen, van asielzoekers zonder onderdak, van mensen die in geestelijke nood verkeren. En er is op dit moment simpelweg te weinig geld, er zijn te weinig mensen en er zijn te weinig plaatsen. Dus een groot aantal mensen valt buiten de boot.”

En het Aanjaagteam Verwarde Personen:

Vluchtelingen. Houd oog voor de ontwikkelingen van vluchtelingen die een risico op verward gedrag vertonen en neem – wanneer nodig – extra (preventieve) maatregelen.” (Samen Doorpakken, p. 24)

Toenemend aantal verwarde personen

Voorstanders van de ‘veiligheidscrisis’-these zullen mij ongetwijfeld van repliek dienen waarin zij wijzen op het toenemend aantal verwarde mensen in de samenleving. Ik ontken deze statistieken ook zeker niet. Deze stijging komt waarschijnlijk niet doordat er te weinig mogelijkheden zijn voor gedwongen opname en behandeling, maar door bredere sociale factoren. Door de scherpe bezuinigingen (niet alleen op vrijwillige zorg maar ook op sociale voorzieningen) zijn meer mensen psychisch in de knel gekomen. Veel onderzoek (Kentikelenis et al., 2014; Stuckler et al., 2009) laat een relatie zien tussen bezuinigingen en vormen van psychische crises. Daarnaast heeft de decennialange machtsoverdracht van overheid naar bedrijfsleven gezorgd voor de economische crisis, stijgende ongelijkheid, meer baanonzekerheid en stijgende kosten van levensonderhoud (zoals huur en energieprijzen). De remedie is meer dwang, meer opsluiten en een opschorting op het fundamentele recht op een persoonlijke levenssfeer. Verwardheid op straat is de hedendaagse, wanhopige, geindividualiseerde tegenhanger van het vroegere georganiseerde protest tegen het neoliberalisme1. In dit licht is het beantwoorden van verwardheid met opsluiting en dwang autoritair en anti-democratisch.

Dwangbehandeling thuis: surveillance in de privesfeer

De 3-daagse detentie is dus van de baan. Maar er staan nog andere voorstellen op tafel die wel veel kans maken op een Kamermeerderheid: detentie met gedwongen medicatie van maximaal 18 uur, evenals het plan om mensen gedwongen te behandelen in eigen huis.

Dwangbehandeling thuis ziet er uiteraard vriendelijker uit dan in een instelling, maar detentie in een instelling is nog steeds centraal in dit beleid. Niet prima facie, maar op de achtergrond als dreigmiddel tegen verzet. Bovendien gaat dit ook in tegen het fundamentele grondrecht op een persoonlijke levenssfeer, het recht dat zojuist nog zo bezorgd door GGZ organisaties werd benoemd.

Het is nogal ingrijpend om verplicht bezoek te ontvangen van een autoriteit die jou op kan sluiten als jouw levensstijl als te deviant wordt gekenschetst. Als op basis van het verplichte thuisbezoek toch ‘geconcludeerd’ wordt dat een persoon ‘te gevaarlijk’ is om thuis te wonen, kan alsnog een verzoek tot dwangopname volgen. Dit ‘gevaarlijk’ is, wederom, moeilijk te objectiveren. Elk bezoek van de autoriteit in de privesfeer van de persoon is dus een impliciete contestering van diens vrijheid.

Met het toetreden van de huiselijke sfeer treedt de ‘surveillant’ ook toe tot de mentale wereld van de burger. Het gecontroleerde individu gaat anticiperen op de controle, en passen derhalve de gewenste gedragsaanpassingen toe. Ze zullen zich schikken naar een productief burgerleven dat zelfs ontdaan zal zijn van alle onschuldige tekens van deviantie: jointjes, studentikoze rommel, extremistische posters, een nachtelijk ritme, etc. Dit betekent dat de autoriteiten dus impliciet gaan bepalen hoe iemand zijn persoonlijke leven inricht, net als in een instelling. Het huis van de bezochte individuen is derhalve helemaal geen privesfeer meer, en dit niet alleen maar op de momenten waarop de verplichte hulpverlener daar is.

Gedwongen thuisbehandeling is daarmee een perfecte illustratie van Foucault’s centrale these dat macht steeds subtieler wordt (de kille ‘asylums’ zijn out-to-date), maar wel steeds doordringender en alomtegenwoordig. De schizofreen krijgt er een stem bij in zijn hoofd: dat van de surveillant.

Wij hebben in ons priveleven allemaal wel onschuldige dingen waarvan we bang zijn dat ze ons in een verkeerd daglicht stellen van de autoriteiten, wanneer deze uit hun verband worden gerukt. Maar als normale burgers hoeven we ons daar geen zorgen over te maken. Pas als we het recht op privacy kwijtraken, komen we erachter wat dit recht allemaal mogelijk maakt in ons leven. De gewone burger is gelukkig nog enigszins vrij van de surveillant in het hoofd. We leven aldus in twee gescheiden werelden: de ‘verwarden’ (en moslims) en de ‘normale Nederlander’, vergelijkbaar met West en Oost Berlijn, gescheiden door een muur van angst. De ene kant leeft in onbetwiste vrijheid, terwijl men aan de andere kant vreest voor huisbezoek van een Stasi. Deze andere kant weet: het grootste risico in risicomaatschappijen is dat van een overheid die steeds meer binnendringt in je eigen huis.

De strijd gaat door

Al met al is het dus nog te vroeg om feest te vieren na het Kamerbesluit van 2 februari. De strijd gaat door. Maar er zijn wel al wat handvaten voor deze strijd. Vorig jaar heeft de regering (eindelijk) het CRPD verdrag van de Verenigde Naties geratificeerd (hyperlink http://www.tijdschriftdeviant.nl/246-vn-verdrag-feest-in-eerste-kamer): de Conventie voor de Rechten van Personen met een Beperking. Dit verdrag is niet bindend, maar biedt aanknopingspunten om politieke druk op te voeren. Verder is er momenteel een discussie over het toevoegen van ‘gehandicapten’ in het antidiscriminatie grondwetartikel (Artikel 1), wat ook een belangrijk verkiezingsonderwerp is. Om de grondwet te veranderen moet er immers na een verkiezing nog een keer over gestemd worden in de Kamers. Uiteraard zullen niet alle ‘psychiatrisch patienten’ zich herkennen in het gehandicapten-label. Het verband dat ik leg is eerder een pragmatische dan dat ik hier deze diepe conceptuele discussie beoog op te lossen. De introductie van een verbod te discrimineren op basis van handicap biedt een sterk middel in de strijd voor gelijke rechten op privacy en vrijheden van psychiatrisch patienten. Internationaal zijn er bijvoorbeeld al activistische juristen die zich hier hard voor maken (zie Tina Minkowitz, 2006, hyperlink http://heinonline.org/HOL/LandingPage?handle=hein.journals/sjilc34&div=16&id=&page=). Dit komt echter te laat voor de Wet Verplichte GGZ, waar op 14 februari dit jaar al over gestemd zal worden in de Tweede Kamer.

De strijd gaat dus door. Hou hier (hyperlink https://www.tweedekamer.nl/vergaderingen/plenaire_vergaderingen/details/activiteit?id=2017A00165) de ontwikkelingen omtrent het Kamerdebat over de Wet Verplichte GGZ in de gaten.

Bronnen:

Aanjaagteam Verwarde Personen (2016). Samen Doorpakken. Op weg naar een meer

persoonsgerichte aanpak voor en met mensen met verward gedrag. Aanjaagteam Verwarde Personen: Den Haag.

Bauman Liquid Fear.

Foucault, E. La governamentalite: cours du Collège de France, année 1977-1978. Sécurité, territoire et population (4e leçon, 1er février 1978, Aut-Aut, nos 167-168, septembre-décembre 1978), pp. 12-29.

Jorissen, P. (26 april 2016). “VN-verdrag: feest in de Eerste Kamer” (Tijdschrift Deviant) http://www.tijdschriftdeviant.nl/246-vn-verdrag-feest-in-eerste-kamer

Kentikelenis, A., Karanikolos, M., Reeves, A., McKee, M. & Stuckler, D. (2014). Greece’s Health Crisis: From Austerity to Denialism. Lancet, 383, 748-753.

Minkowitz, T. (2007). The United Nations Convention on the Rights of Persons with Disabilities and the Right to tbe Free from Nonconsensual Psychiatric Interventions. Syracuse Journal of International Law and Commerce, 34(2), 405-428.

NRC (31 januari 2017). “Snellere opname verwarde mensen is inbreuk vrijheid” https://www.nrc.nl/nieuws/2017/01/31/snellere-opname-verwarde-mensen-is-inbreuk-vrijheid-6493870-a1543902

Roex, K. (9 april 2016). “De ‘enge’ mens leeft met een bewistbare vrijheid” (Tijdschrift Deviant) http://www.tijdschriftdeviant.nl/242-enge-mens-leeft-met-betwistbare-vrijheid

Royal College of Psychiatrists (2008). Rethinking risk to others in mental health services. Royal College of Psychiatrists: London.

RTV Utrecht (28 januari 2015). “PvdA vreest voor meer tikkende tijdbommen als Bart van U.” http://www.rtvutrecht.nl/nieuws/1285145/pvda-vrees-voor-meer-tikkende-tijdbommen-als-bart-van-u.html

Stuckler, D., Basu, . S., Suhrcke, M., Coutts, A. & McKee, M. (2009). The Public Health Effect of Economic Crises and Alternative Policy Responses in Europe: An Empircal Analysis. Lancet, 374: 315-23.

1 Er is niet voor niks ook een directe statistische correlatie tussen het aantal verwarden en de invoering van het kraakverbod, maar dit is een discussie voor een andere keer.