Gek. Eigenlijk had ik al afgeleerd om mezelf zo te noemen.

(geschreven door Boudewijn Steenberg)

Gek.

Eigenlijk had ik al afgeleerd om mezelf zo te noemen.

En nu zit ik bij een organisatie die Mad Pride heet.

Gek, zo noemde ik mezelf vroeger. Toen ik 15 was, en opgenomen in het gekkenhuis. Op eigen verzoek.

En zo mocht ik het niet noemen, een gekkenhuis, en mezelf al helemaal niet gek. Maar voor mij was het een verademing, om zo naar mezelf en de plek waar ik toen verbleef te kijken. Een verklaring, voor het feit dat ik zo anders was, waarom het op school niet lukte, waarom het daar wel lukte. Ik voelde me beter, er kwam minder op me af. Waarom me zorgen maken, ik was toch gewoon gek.

Maar dat wou er dus niet in bij die mensen, en misschien maar goed ook. Ik mocht mezelf niet zo afdanken. Ik was niet gek, ik was anders, en dat maakte mij nog speciaal ook, want dan zou ik weer hele eigen kwaliteiten hebben.

Nou speciaal ben ik inderdaad, maar het positieve daarvan moet ik nog steeds ontdekken.

Volgens mij had de ggz die fase waarin ze mensen vol stopten met pillen al een beetje gehad, want mij wilden ze die niet geven. En ik wou ze zo graag, ik was gewoon gek, er zat iets verkeerd in mijn hoofd, en alleen pillen konden dat repareren. Maar dat zag de ggz anders. Misschien maar goed ook, maar ze wonnen niet echt vertrouwen bij mij door het zo anders te zien. En uiteindelijk kreeg ik antipsychotica, omdat ik onrustig in mijn hoofd was. Achteraf weet ik dat ik toen helemaal niet onrustig in mijn hoofd was, het is heel normaal voor een tiener om zich zo te voelen. Ik denk dat ze me die pillen gaven omdat ze als ongevaarlijk beschouwd worden. Zelf weet ik nu dat de balans in de hersenen heel gecompliceerd is, en geen enkel psychoactief middel als simpelweg ongevaarlijk beschouwd kan worden.

Antipsychotica bijvoorbeeld, blijken ernstige lange termijn gevolgen op algeheel hersenfunctioneren te hebben. En daar hebben ze nog niks positiefs aan kunnen ontdekken. En ik heb dat spul bijna 2 jaar lang gebruikt.

Maar veel erger is wat ik mezelf nu al 10 jaar aan doe, ik gebruik cannabis. Dagelijks. Ik ben verslaafd. Ernstig. Dat cannabis negatieve gevolgen heeft bij lange termijn gebruik hebben ze nu ook al wel afdoende bewezen. En ik bewijs dat elke dag weer aan mezelf, en dat doe ik ook, helemaal zelf.

De hulpverlening heeft mij in 10 jaar nauwelijks geholpen, en ik denk dat ze veel meer hadden kunnen doen. Voor mij, en voor mijn moeder. Maar ze begrepen ons niet. Denk ik, want ik begrijp het ook allemaal niet.

Het voelt allemaal zo oneerlijk, zo onrechtvaardig. Alleen maar omdat ik anders ben heb ik zo weinig. Ik verdien evenveel als de rest zeggen ze, maar ik krijg het niet. Ik ben 90 procent van de tijd down of in ieder geval ontevreden.

Ik probeer meer kwaliteit in mijn leven te krijgen. Ik doe mijn best, en als ik me afvraag of ik wel genoeg mijn best doe, zeggen mijn hulpverleners dat het niet aan mijn inzet ligt. Maar er voor gaan, mijn best doen, dat is heel moeilijk voor mij. Dus blijf ik me altijd afvragen of ik wel genoeg mijn best doe.

Ik heb nog steeds geen sociaal netwerk waar ik blij van wordt, ik kan nog steeds niet goed voor mezelf zorgen, en ik heb nog steeds niet echt een doel, een passie, een zingeving.

Maar ik ben niet gek.

Dus ik moest ook even wennen aan de naam Mad Pride. Want ik ben niet gek, en al helemaal niet trots op wat ik als mijn gekte beschouwde.

Maar trots heb ik wel. Een klein vlammetje van binnen. En soms wordt het aangewakkerd door iemand die om mij geeft, die mijn strijd tegen het lijden ziet, en wou dat hij wat voor mij kon doen. Die ziet hoe weinig ik vooruit ga, maar wel de lange weg die ik afleg om die vooruitgang te maken. Die ziet hoe ik alles heb overleefd, en dat ik dat nog steeds doe.

Ik wou dat ik mensen kon helpen om niet door zo’n hel te gaan als waar ik doorheen ga. Om eerlijk te zijn snap ik niet dat ik er nog steeds ben. En vaak vind ik dat ook jammer. En toch denk ik steeds meer aan leven en steeds minder aan de dood.

Ik kan wat betekenen bij Mad Pride Ik kan opkomen voor mezelf en voor anderen. Niet iedereen krijgt gelijke kansen, en dat, tenminste, verdienen we wel allemaal. Het ideaal van de welvaartsmaatschappij. En dat ideaal, daarom, zit ik bij Mad Pride.

Het maakt me niet uit hoe ziek of raar je bent. Het maakt me niet uit dat ik of anderen, jou niet begrijpen, dat we elkaar misschien niet liggen. Het maakt me niet uit wat je allemaal over jezelf denkt, wat voor verschrikkelijke dingen je zijn overkomen of misschien zelfs hebt gedaan. Het maakt me niet uit. Ik wil dat ook jij de kansen krijgt die jij nodig hebt om het leven als echt waardevol te ervaren.

Of je nou mad bent, of pride hebt, of geen van beide, wees welkom bij Mad Pride. De naam is maar een naam. Ik ben niet gek, niet trots, en ik doe zelfs mijn best om niet boos te worden. Want die gevoelens helpen mij niet. Wat mij helpt is accepteren wat ik doe, en dat langzaamaan te veranderen.

Maar ik wil wel vechten tegen ongelijkheid, en daarom ben ik bij Mad Pride.

4 gedachten over “Gek. Eigenlijk had ik al afgeleerd om mezelf zo te noemen.”

  1. Heb hier eigenlijk geen woorden bij, alleen het beeld van dat kleine vlammetje trots staat op mijn netvlies alsof ik het echt kan zien. Als er eens wat houtjes moeten gekapt om het brandende te houden….

  2. Ik vind het zo goed hoe Boudewijn zijn gevoel heeft opgeschreven en zo mooi ook de,worstelingen die ik ook erken ook ik ben trots,op hoe ik probeer te overleven de ene keer beter dan de,andere keer maar Boudewijn kan het zo goed opschrijven ik kan het niet .

  3. Newton,Michelangelo,luther.Dat zijn er slechts drie,en dan Churcill welke graag naakt om zijn kantoor liep.(gevaarlijk hoor!) .Wat voor wereld zouden we zonder deze “gekken”hebben geërfd? Gooi alle van Gogh’s dan ook maar weg. en érg veel muziek kun je niet meer luisteren. Het zou de mensen erg in maar de war maken. Gelukkig zijn onze (huidige) wereldleiders wél gezond van zin. “Als je haar maar goed zit”

  4. Als variatie eens gewaardeerd werd en een plaats kreeg in de samenleving zou iedereen zijn of haar bijzondere eigenschappen in kunnen zetten voor verbetering van het geheel. Dan zou iedere ‘ gekte’ juist een aanwinst blijken te zijn, je kunt dingen die anderen soms niet kunnen, dat kan veel voordelen opleveren. Als er daarentegen veel sociale afkeuring en aldus zelfstigma is dan kan er, is tenminste mijn persoonlijke ervaring, veel negativiteit groeien in jezelf: ze hadden je niet nodig. Dat kan omgebogen worden naar juist de positieve kant maar dan moet er nog wel iemand in je geloven, niemand kan het alleen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *