Mad Pride verhalen 3: de Furie

(geschreven door Marije Rietman)

Er klopt iemand op het raam
Maakt een asgrijs spoor door mijn voortuin
Op de vensterbank vind ik een veer
Ik steek hem bij de anderen in de plantenbak
Dan de geur van smeulend onheil
Magma rolt lodderig en tergend langzaam over straat
zich onbewust van haar de sporen die zij achter laat
Het gevaar is groter dan gedacht
Mijn furie brengt altijd
prachtige kleine giften mee;
veren, schelpen,
stenen, wol, kleine dode diertjes
Allen heb ik ze bewaard en bespaard
Inmiddels heb ik een plankje vol
Ik ben verder geheel niet bijgelovig
ondanks dat was het toch echt mijn furie
die de moeite nam mij te waarschuwen
Het tuinhekje verdwijnt in de oneindige gloei
De heg sist, de aarde blakert zwart
Wat ik mijn thuis noem
zal volledig worden verzwolgen
door zinderend binnenste der logge aarde
Elk ander zou rennen
alles bij elkaar grijpen misschien
Ik ben nog niet eens in staat
de voordeur dicht te trappen
De hitte schroeit mijn wimpers
Met mijn ogen stijf dicht
prevel ik woedend dat furies wraak
vele malen groter zal zijn
dan de stompzinnige destructie
van langskolkend aardvuur
Magma trekt zich beledigd terug
rolt geschrokken terug mijn stoep af
Kwestie van verkeerd adres
Ik bedank mijn vonkelende voorbode
schik mij in mijn blozende schaamte
Veel later op de dag komt ze weer
ze brengt het avondrood
Ik zie haar als een fakkel ontbranden
Deze keer heb ik niets geofferd
Mijn innerlijk vuur
Ze valt tot kalmte niet te manen
Haar vleugels omspannen de hemel
Ik zal haar aanbidden
tot mijn botten bleken in de zon
Maar begrijpen wat er nu eigenlijk
op dat plankje ligt en voor wie
dat doe ik niet
Een gift is een gift